Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen waren hier immers min of meer parvenus, al was het dan niet in de slechte beteekenis van het woord. Het waren hier wel parvenus maar ter zelfde tijd ook zwoegers.

— Lekker gebaad kinderen, vroeg Mevrouw Van Vliet, die in een schoone sarong en kebaja kwam aanschommelen.

— Dolletjes, maatje, dolletjes, en dan begon Emmy te vertellen hoe Mr. Sweet en Ru om het hardst hadden gezwommen en om het langst hadden gedoken. — En Mr. Sweet heeft een visch gepakt, vertelde ze, maar die stak hem in zijn vinger, en toen is hij weer ontsnapt.

Mr. Sweet begon te lachen, zijn aristocratisch ingehouden, maar vroolijken lach, die aanstak. — O, that was a bit of a stekkelbaars, of zoo iets, zei hij in zijn gebrekkig Hollandsch.

Toen merkte Emmy eerst, dat zijn middelvinger sterk was opgezwollen, en voelde meteen, dat oom George haar blik gevolgd had, haar scherp aankeek en dan opmerkte: — O, het zal wel een gewone doorn geweest zijn, die zijn daar veel in het water.

— Heeft u zich pijn gedaan, mister Sweet? Yes? vroeg haar moeder.

Sweet keerde zich eerst naar George: — No, het was maar een fish. En daarna tot mevrouw: Nee, zoo heel erk was het niet, was een fish met so'een stekkel op sijn nek, stekkelbaars noemde we dat in the Cape Colony.

Sluiten