Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ru stond haar zwijgend aan te kijken. — Kijk me niet zoo aan Ru, je moet niet boos op me zijn, nu ik eerlijk ben, ik hou heusch van jou, van jou alleen, als ik dien man nooit ontmoet had, zou ik enkel en alleen aan jou , gedacht hebben, en steeds aan jou, nu merk ik alleen heel dikwijls het verschil tusschen jullie beiden op, hij is zoo vroolijk, zoo prettig in den omgang, het is heerlijk naar hem te luisteren, en jij bent zoo anders... die man enerveert me soms zoo ... en toch weet ik het zeker, dat ik niets om hem geef, dat ik van jou alleen houdt,, van jou alleen.

Emmy voelde, dat ze meende wat ze zei. Ru stond haar weer stil aan te zien, dan nam hij zacht haar handen en zei 5 — Ik heb medelijden met je Emmy, meelij, lilt geloof dat je er niet ver af ben een groote dwaasheid te doen. Het zou zoo jammer zijn, zoo heel jammer, voor jou ...

Hij wachtte even op een antwoord en toen het stil bleef, vervolgde hij: — Ik weet eigenlijk niet of het op mijn weg ligt, je daar van af te houden. Als ik dat poog, zal je denken dat het egoisme is, jaloezie ... en je hebt strakt nog veel leelijker dingen gezegd ... het is het beste, dat ik je dit met jezelf laat uitmaken... je moet zelf weten wat je doet, ik ben niet van het soort dat om liefde kan smeeken. Ik hou van je, dat weet je en wil alles doen om je gelukkig te maken,... maar daarvoor wil ik zelf niet ongelukkig worden, dat zou dwaasheid zijn, ik

Sluiten