Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu merkte Emmy eerst hoe donker het hier was, zij gingen over den bodem van een ravijn, dat van boven geheel werd afgesloten door zwaar geboomte. Daarboven stond goud de zon, geheel machteloos.

Het was er ook kil en vochtig. Nooit drong het licht hier door.

— Your blouse is awfully thin, zei hij, are you cold?

— Nee, lachte ze,. . . koud in Indie ? En op dit uur?

— Maar we zijn hier wel een paar duizend voet hoog, weet u dat wel? U mag straks bij de falls uw mantel wel aantrekken, daar is een hevige tocht door het stroomende water.

— Ik heb het nooit koud, zei ze.

— Ik wel eens, als je mij erg koud aankijkt, en daar heb je talent voor.

De flirt, dacht ze, maar hij was toch een onschuldig soort flirt, een echt Engelsche flirt. Zou ze zoo koud kunnen kijken?

— Dus u hebt het niet koud, Miss Van Vliet?

— I am quite rig'ht, thanks, willen wè niet even op de anderen wachten?

Waarom, hoor maar, daar zijn hun stemmen, ze zijn vlak bij. .

Emmy lachte, zij had een oogenblik angst gevoeld, zij wist niet waarom, maar nu tikte zij zelfs met haar rijzweepje den rug van het paard, dat een oogenblik was blijven staan.

Van Vliet, Sweet en Cy. g

Sluiten