Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII.

De huisjongen, Ali, was bezig de glazen uit de voorgalerij weg te ruimen en verheugde zich over de slamatan, die zou worden gegeven als Nonna Emmy met den Engelschen toewan in het huwelijk zou treden. Ali verstond wel weinig Hollandsch en men had hem er niet over gesproken, maar hij had toch voldoende begrepen en was tevreden met dit huwelijk.

Het was betoel een toewan-besar. Hij had al driemaal een groote fooi gegeven. Hij geloofde, dat de verloving er spoedig door zou komen, maakte uit het drinken van angor poef op, dat het er eigenlijk vandaag al door moest zijn gegaan, want blandas dronken die wijn alleen, als er iets bizonders aan de hand was.

Hij droomde juist van de vele ajam en vleesch, die hij bij de slamatan zijn vrienden en familieleden zou kunnen voorzetten, toen een ebro voor het huis stilhield, waaruit een Njonja stapte, gekleed in zwart zijden japon, die met glinsterende gitjes was afgezet... Daarover droeg zij nog een kort pellerientje, en toen zij den tuin inkwam, stak zij voor dat korte eindje nog een parasol op, die paars was met witte moesjes.

Sluiten