Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Je stond er anders bij als een keffer.... Ik weet niet wie beroerder figuur sloeg op dat oogenblik, jij of hij....

— Ik vraag je niks....

— Nee ik zei alleen maar wat!

— Dat is nou je eigen, je eigen broer, geen poot stak je uit om me eens te helpen.... die vent eens goed af te rossen, belachelijk heeft-ie ons, ja jou ook, gemaakt, in de oogen van al onze kennissen.

— Ja een heel gewone Deliplanter was hij, schreide mevrouw, uit de tabak. God, wat een verleden moet die man gehad hebben. En zoo iemand zouden wij onze dochter gegeven hebben. Aan de Kaap was hij öök geweest. Dat jij, jij, die altijd beweert zoo verstandig te zijn, dat ook niet begrepen hebt. George was de eenigste, die hem nog doorzag....

— Oh, zoo, zei George.

Van Vliet sprong woedend op: — Ik begrepén ? Ik??? Wel nou nog mooier, wie is er het eerst over begonnen? Wie vond hem zoo'n nette man, zoo'n gentleman? Kon je direct aan hem zien! Wel nou wordt-ie goed, heel goed, prachtig! Wie wou der Engelsche kennisse .hebben, een Engelsche schoonzoon? Jij, Jij, Jij!

— Nee, jij, jij, jij had het er altijd over, wierp mevrouw tegen.

— Ik, ik... nee, goed is-ie!

Sluiten