Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen was, keek hij eerst eens wantrouwig achter zich, dan naar George, die een krant had genomen.

— Nee, zei hij, ik heb toch geen beroerte, hoe vin-je nou zoo'n mensch, mij de schuld te geven ...,

— Ik vin-niks meer tegenwoordig, der kan zoo iets raars niet meer gebeuren of ik vind het heel gewoon. Wil je soms een sigaar, inplaats van die sigaretten? Hier is vuur... Zoo ga nou hier eens kalm zitten, smaakt-ie ?

De broers zaten naast elkaar in hun krossi malas en hulden zich ieder in hun eigen rookwolk... Het was even stil in de voorgalerij.

Van Vliet voelde, dat zijn broer hem nu en dan van terzijde aankeek. Toch een goeie kerel, die George, die had hem van het begin af in de gaten ... een goeie patente kerel... Een zuurzak en een mopperpot, maar een patente kerel... een patente vent...

Dan zei George ineens, met zacht verwijt in zijn stem.

— En Emmy???

Van Vliet schrok. — Emmy ... ja Emmy!...

Hij was geroerd, er kneep hem iets de keel toe. Ja, Emmy, god god, dat arme kind, die ploert, haar levensgeluk had hij verwoest. Als die kerel niet in Sindanglaja gekomen was, dan zou zij nu nog kalm verloofd zijn geweest met Rudolf... Een goeie jongen ... die Ru, een goeie jongen ... Hij keek voorzichtig eens zijdelings naar George, schrok meteen, want deze had juist naar hem gekeken. Zij

Sluiten