Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bleven elkaar even aankijken. George glimlachte tegen hem. Patente vent, die George, patente vent...

Dan zei Van Vliet. — Ja, als ik het zoo naga, wat waren we dan bijna begonnen, hè. Jij alleen, jij had hem in de gaten, die vrouw ook van me met haar anglo-manie. Wil je wel gelooven, zöö dat ik hem voor de eerste maal zag, had ik een antipathie tegen hem?

— Wat zeg-je? vroeg George leuk.

— Nee, het is een feit... ik dacht zoo, der is wat aan jou, dat niet recht is ... kan je zoo hebben hè, een soort van voorgevoel. Maar die vent... hij praatte je het allemaal zoo mooi voor, op het laatst ging je alles gelooven. En dan die vrouw van me, die zat maar te zeggen, dat hij een gentleman was... en ik weet al niet meer.

Kom geef Marie nou de schuld maar niet,

dat is de pot en de ketel.

— Gelijk heb je, zei Van Vliet goedig. — Enfin het is voorbij, maar niet meer over praten. Goddorie, da's waar ook, ik krijg nog tachtig pop van hem, die ik gisteren met ecarteeren in de Harmonie van hem heb gewonnen. Nou, die ken die houwe, zeg, die ken die houwe. Alleen spijt het me, dat ik die vierhonderd twee en dertig pop, die ik in Sindanglaja aan hem verloor, contant betaald heb. De ploert speelde zeker nog valsch ook. Niks aan me vrouw zeggen, hoor!

— Een goedkoope les was het dan niet.

Sluiten