Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII.

Toen George binnenkwam, lag Emmy op haar armen te snikken. Het was de eerste groote deceptie, die in haar jonge leven gekomen was. Niet om Sweet schreidde zij. Toen de eerste charme voorbij was, en hij haar vreemd bleef, als in de eerste dagen van hun ontmoeting, had zij dikwijls aan hem getwijfeld en meer naar Ru dan naar hem verlangd. Maarzij had niet den moed, noch den wil gehad, zich tegen haar ouders te verzetten ... Er waren zelfs werkelijk oogenblikken geweest, dat zij overtuigd was, bij Sweet het geluk te vinden, omdat zij naast een Engelschman geƫerd zou zijn, omdat voor Sweet alle deuren in Weltevreden openstonden. De oplossing en breuk waren *als een verlichting gekomen. Zij schreidde ... meer van schrik, omdat zij zich niet begrijpen kon, dat de wereld zoo slecht was, dat iemand in staat was zoo gemeen te liegen, en dingen voor te wenden, die niet bestonden.

George bleef even wachten voor hij haar aansprak. Hij kon dat schreien van een kind, dat hij alleen gelukkig had gekend, bijna niet aanzien, het klemde hem de keel dicht, dwong hem eenige malen te slikken voor hij sprak. Hij meende, dat zij hem niet

Sluiten