Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Medan, en ik dacht, ik neem die, zoo ben ik er twee dagen eerder...

Toen hij haar kussen wilde, zag hij eerst, dat zij geschreid had, en tegelijk merkte hij op, hoe alle aanwezigen een anderen kant opkeken en zijn blik schenen te willen mijden.

— Zeg, wat kijken jullie beteuterd. Dag Papa, is er iets?

Van Vliet poogde zich een houding te geven, stotterde:

— Eh... eh... dag Ru... nee er is niets, of ja, er... er... was wat, zie je...

Hij maakte aanstalten iets te zeggen van hetgeen er gebeurd was, keek zijn vrouw aan, zei dan ineens — Hier, mama zal het je wel zeggen, die... wou het zoo graag...

Rudolf Verkerk bleef verbaasd van den een naar den ander zien.

— Wat is er? Dag mama... ook al zoo'n gezicht? God, er is toch geen dooie, ik zie jullie toch allemaal bij mekaar.

— Nee, dat niet. Ik... ik... Dag Ru... Ik... eigenlijk wou Van Vliet het je zeggen, maar zie je... O, daar is George, die zal het je wel zeggen, ik moet nog even naar de bijgebouwen,... iets aan kokkie geven voor vanavond, als je blijft eten.

Rudolf keek nu oplettender naar Emmy, poogde haar gezichtje op te lichten, maar tegelijk barstte ze in hevig snikken uit.

Sluiten