Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den rieten stoel installeerde, als was ze vooreerst niet van plan weer weg te gaan. Ongeduldig zat hij naar den jongen te zien, die tergend-traag ijs pikte en het zaagsel eraf spoelde.

Dan zei juffrouw van der Kooy rustigjes...

— Hè, hè, het wordt nu toch al frisscher.

— Ja, zei Van Vliet kort.

— Hoe laat hebbe we het nu?

— Half vier, zei Van Vliet nog korter, met een blik op de klok.

— Nou dan he-we de tijd voor 't donker wordt. Hoe laat gaat morgen de trein?

— De trein? vroeg Van Vliet, de trein? Morgen? Maar juffrouw van der Kooy antwoordde hem al

niet meer, wijdde plotseling al haar aandacht aan de kebajaspelden van Mevrouw.

— Gossiemijne mevrouw, wat heb je daar een mooie brochies... het benne er drie, en wat een malle poppetjes zitten der op. Is dat nou Indies?

— Dat zijn kebajaspelden, mevrouw.

— U trein gaat om zeven uur, zei Van Vliet, maar wilde u ...

— Wat vroeg, hè. Zeg verbeeld je, die woue ze mij in Holland ook aansmeire, maar ik zeg, nee hou se maar, die benne hier toch niet echt. En van die gekleurde doeke ook, voor een rok weet u, maar ik zeg tegen die juffrouw, nee mensch, dat is me feel te onsedelijk... ik hou me liever maar bij me japonne.

Sluiten