Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heelemaal uit de goedang halen, en het was nu zoo gezellig.

Juffrouw Van der Kooy zat in haar geheugen te zoeken, hield daarbij haar wijsvinger op haar voorhoofd en keek nu en dan eens naar Mevrouw Hooiberg, dan weer diep in een ver verleden, dat niet wilde terugkomen. Zij had haar gezien, dikwijls gezien, maar waar waar ? Ze had het bijna....

Herinnert u zich mevrouw Van der Kooy

misschien, lieve Mevrouw, drong Van Vliet aan, toe blijft u nog even zitten, het zou zoo aardig zijn, oude kennissen ontmoeten elkaar niet altijd in de Oost.

— Nee ik herinner mij niets... o daar is de jongen, ik moet nu heusch gaan.

De jongen had leege handen, hij had het blik zelf al naar haar woning gebracht, omdat hij vond dat zoo'n deftige dame niet over straat kon gaan met een blikje in de handen... — Soedah bawa di roema, zei hij.

— O het is er al, die jongens ook, laat hij mij hier wachten, terwijl ik nog zooveel te doen heb. Ik laat u morgen een blikje terug brengen, mevrouwtje, maar ik moet u nu heusch groeten, dag mevrouw Van der Kooy, dag mevrouw...

Juffrouw Van der Kooy prakkiseerde nog — Da'k er nu niet op kan kpmme ... maar ... o, gaat u al weg? Het spijt me, de kennismaking was me heel aangenaam. Al verbeeld ik me, dat we mekaar tóch

/ t

Sluiten