Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXI.

— Got, ik heb er bijna ... 't mot een kennis fan me sijn, en een heele goeie Ook, ik weet het seker, het was niet de eerste maal, dat ik er sag.

— Wie is het dan, drong van Vliet aan, geheel opgaande in de spanning van een ontdekking, die komisch kon worden. Mevrouw Hooiberg, die altijd zoo uit de hoogte deed, die zich tot de haute volée van Batavia rekende... als die een kennis van deze juffrouw van der Kooy was, dat kon er wat aardigs te voorschijn komen, dan zou men wat leuks hooren.

Ook Mevrouw Van Vliet was in spanning.

— Denk u dan toch goed na...

Het bleef een oogenblik stil... dan vloog Juffrouw van der Kooy van haar stoel op.

— Ik heb er... ik heb er! en tegelijk begon ze te roepen: — Lèèntje ... Lèèntje . .!

Zij holde de tuintrap af en het erf op, in de richting waarin Mevrouw Hooiberg was heengegaan.

— Leentjè! riep ze nog eens. En dan haar stem zoo wijd en zoo hoog mogelijk uitzettende, gilde ze: — Leentjiiiééé!!!

Meneer en mevrouw Van Vliet schrokken beiden 'van den hoogen gil, die ver door de stille laan had geklonken en vreemd Kattenburgsch aandeed

Sluiten