Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIII.

Toen de Van Vliets in de achtergalerij terug kwamen, vonden zij er Emmy reeds, het hoofd aan Ru's schouder, nog zacht snikkend, maar toch met een glimlach op de lippen.

Van Vliet aarzelde even, duwde zijn vrouw eerst naar voren, maar Ru kwam zelf reeds op hem toe.

— Papa, zei hij zeer gedecideerd, maar toch met een tikje ironie, mag ik u nu definitief om de

hand van uw dochter vragen, maar definitief hè

dat er geen Engelschman meer tusschen komt?

Van Vliet greep zijn hand, hij wilde een explicatie geven,... kon alleen aangedaan zeggen: — Jongen!... Jongen!... Jongen!

Dat scheen Ru voldoende, hij keerde zich naar Mevrouw van Vliet.

— En u, mama?

Mevrouw van Vliet begon ineens luid te schreien, zij leunde tegen Ru en haar dochter, en snikte: — O ... o ... ik ben zoo aangedaan ... ik ... ik... o Ru, ik heb het altijd wel geweten.

Ru kuste haar met een glimlachje, klopte haar kalmeerend op den schouder.

— En u, oom George,... u heeft hier ook mee

Sluiten