Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze hem. Ik weet nog goed hoe toen, toen nog pas twee jaren verloopen waren sedert ons köstschoolmeisjes-samenzijn, Magda me verscheen als de openbaring van een „type" en hoe ik haar „zijn" ook al op de school herdacht.

„La bella Magda" heette ze. En toen ik dien bijnaam teruggevonden had, wist ik plots weer alles, wat de tijd vervaagd of uitgewischt had en was 't me niet duidelijk, waarom van al de meisjes, waarvan er toch nog vele in Holland woonden, ik juist haar opzocht.

Sympathiek was ze me eigenlijk nooit geweest. Daarvoor was ze te mooi en te ontevreden, te heerschzuchtig en te egoïst.

Terwijl ze daar naast me op de tilbury praatte over haar toekomstplannen, schoot me 't eerste voorval in de gedachte, dat ikmethaarmeemaakte. 't Was de tweede dag, dat ik op kostschool was. We speelden in 't Bois de la Cambre. Magda was wat afgedwaald en toen we haar zochten, vonden we haar op een bank, omringd doorstraatkinders.

„Magda," riep de juffrouw, plichtsgetrouw, „Magda, je mag niet met straatkinderen spelen."

Magda keek verwonderd op en zei doodkalm:

„Ik speel niet met die kinderen, ze dragen mijn speelgoed voor me hierheen."

Ik weet nog, hoe ik haar van terzijde aankeek en schrok, omdat, door al haar enthousiaste verhalen

Sluiten