Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen, dat gevoel naar voren kwam, nu voor den verloofde: „Ik speel niet met hem,'hij brengt me alleen geluk aan."

Ik vond 't zoo leelijk van mezelf, dat gevoel, dat daar in me was als iets wat ik tégen haar had en niet uiten durfde, terwijl ik als vriendin naast haar zat en haar plannen aanhoorde, dat ik besloot 't haar maar te zeggen; niet waar, wat nut heeft het leelijke dingen te denken of achter den rug te vertellen, als we ze uitzeggen kunnen, zóó, dat een misverstand weggenomen wordt of dat we elkaar helpen kunnen?

„Magda," zeide ik, „weet je nog dien tweeden dag op school...?" En ik herinnerde haar 't voorval met de kinderen. „Magda, ik ben zoo bang, ik heb zoo'n beklemmend gevoel, alsof je nu precies zoo denkt over je aanstaande."

't Paard, door 'n plotselingen ruk aan de teugels, sloeg achteruit. Ik schrok. Magda proestte 't uit. „Bangerd, zóó zijn jelui, bang voor alles. Ik niet. Natuurlijk denk ik over hem net zoo als toen over de kinderen. Waarom schrik je?" Ze lachte weer, hel óp en schrijnend. Dan, me kalm aankijkend, zei ze: „Ik weet precies wat je van me denkt. Dat kan niet anders, jij hebt nog idealen, jij gelooft in liefde, jij bent in staat je leven te vergooien voor dat soortement gevoel. Ik niet. Dank je wel! Ik heb te veel gezien, van kind af. Liefde? Wie is er ooit verder

Sluiten