Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

immers niet samen en dat kón toch niet goed zijn.

„Drie dagen zijn we samen geweest, drie lange heerlijke dagen van enkel zon en gouden geluk.

En we hadden alles afgesproken. We zouden ons gauw verloven en trouwen zoo gauw als het kon, twee jaar, een jaar... en we hadden alles bedacht, hoe dit zijn zou en hoe dat. Toen hij wegging, in Brussel aan de Gare du Nord, was er wel een leegte in me, maar de zonnigheid bleef en mijn lichtheid en vrome blijheid ook.

Drie maanden later was ik thuis en ik praatte er over; met tante eerst. Tante vond 't goed — had geen bezwaren — maar moeder was er ook nog en hoe weinig ze ook mijn moeder was, in zoo'n aangelegenheid moest ze toch gekend worden. Je weet niet hoe vreemd dat was. Wat wisten we van elkaar, moeder en ik? We kenden elkaar heelemaal niet, zij had zich nooit om me bekommerd, ze vond dat kinderen geen beletsel mochten zijn om het leven te leven en dat tante „de" persoon was om mij groot te brengen en nu moest ik mijn vreemde moeder dat gaan vertellen! 't Was of ik het nooit zou kunnen, of een nooit gekende schuchterheid me verbood met haar, juist met haar daarover te spreken. Toch ben ik gegaan, tante zei, 't kon niet anders — maar o, God! Zie je, ik had 't nooit moeten doen. Ik had in mijn mooien droom moeten blijven en dan later de werkelijkheidzelf aanvoelen.

Sluiten