Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Misschien had ik dan geleden, héél erg en héél veel geleden, maar ik zou uit mijn leed een herinnering hebben over gehouden — en nu?

Moeder was héél lief. Ze is altijd lief tegen vreemden, nu nog! Ze wilde succes hebben, zooals ze dat altijd wil als ze iemand pas kent. Die lievigheid heeft me parten gespeeld. Onechte gevoelens van lang verlangde liefde kwamen in me op. Al wat ik andere meisjes over haar moeder had hooren dwepen, bestormde me voor haar en 'k gaf me

over, handen en voeten gebonden en toen

praatte ze met me over 't leven en dat liefde onzin is, als je geen geld hebt. Tweeduizend gulden! Ze lachte er om! En ze spotte, dat ik, die gewend was royaal te leven, me op zou eten van narigheid.

Ze schilderde me een leven zonder comfort, in een klein huisje met een dagmeisje, zelf eten koken, 'n wandelpakje van vier en twintig gulden. Op alles letten — en dan als er kinderen kwamen, luiers spoelen en met den wagen rijden — en dat alles noemde ze nog niets — maar later je kinderen niet kunnen laten leer en wat ze willen, hun toekomst vernield te zien door gebrek aan geld. — En dan ziekte en tegenslag— En ze vroeg me, of ik naïef genoeg was om te denken, dat liefde ook daartegen bestand was. En, o God, ik het me ompraten. Ik liet me verteederen door dien moederarm om mijn schouders, door dat ongewone van moeder-

Sluiten