Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen Chris, neen, hoor. Ik begrijp jouw piëteit, ik begrijp alles. Maar laat de bedden op de oude plaats, in 't oude huis, daar hooren ze; niet bij ons."

In hem groeide een grooteboosheid, eenschaamte ook tegenover de zuster, die alles zóó beredderd had, dat Magda nu weer zoo'n malle kuur had.

Maar dat wilde, dat kon hij niet zeggen — en gewoon zijn werkelijke gedachten en gevoelens te verbergen achter traditioneele comedie — zette hij een armzalig gezicht en zei: „Dus mag ik niets meer hebben van wat mij heilig is?"

Even liep ze er in —voelde meelij —, maar dacht dan aan al wat ze al opgaf door haar heele huis vol oude meubels te hebben — en zei, tóch ook wel geroerd: „Tóch wel, tóch — maar niet die bedden... Je hebt toch al de meubelen — maar de bedden niet, dat niet — de bedden niet. Hoor!" Ze had nu een groote behoefte zich uit te zeggen:

„Hoor, dat vind ik „dooden" en doode liefde en alles wat bij die bedden hoort, past niet bij ons. Want Chris" — ze nestelde zich nog vaster tegen hem aan, „Chris, ik moet je iets bekennen: toen we trouwden, hield ik niet van je — hoopte ik alleen maar geld te krijgen en te doen wat ik wilde..."

Dat was voor hem te veel. Héél zijn domme conventionaliteit verzette zich daartegen. Hij was zich wel in 't zelfde oogenblik bewust, haar ook niet zóó liefgehad te hebben — maar tusschen dat

Sluiten