Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groot en mooi te houden! Wil je dat nu absoluut, goed dan, maar je weet niet wat je doet."

Haar laatste woorden klonken hem als een verwijt, als een dreigend „wat mén er van denken kon", en volhardend in zijn wanbegrip zei hij: „Ik kan tegenover iedereen verantwoorden wat ik doe. Ieder weldenkend mensch zal het waardeeren, dat ik de nagedachtenis van mijn ouders in eere houd."

Toen brak een rauwe lach door de kamer, een lach als de kreet van een gewond dier. In overdreven woede riep ze:

„Weldenkend? Wat jelui weldenkend noemt, veracht ik, versta je? Dat kan ik je nu wel zeggen, nu het te laat is — want 't is te laat, begrijp je, 't is te laat. Je kunt nu gerust die bedden nemen of niet nemen, 't is me om 't even, ik wil er nu wel in slapen, versta je — nu wel, maar wat jelui weldenkend noemt, is voos en vies of op z'n best ongevoelig. Nog eens, voor 't laatst, ik begrijp je piëteit die bedden te willen bewaren — er een kamer voor in te richten desnoods —, maar ik begrijp niet, dat je je jonge vrouw er in wilt laten slapen, ik begrijp niet, dat de gedachte niet bij je opgekomen is mij iets nieuws te willen geven als kader voor onze nieuwe hef de."

Nu begon hij haar te smalen:

„Sedert wanneer ben jij zoo romantisch?"

Sluiten