Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu, voor 't eerst, voelde ze schaamte tegenover dien man, zichzelf uitgezegd te hebben. Een oogenblik begreep ze niets meer, niets. Was het haar, of ze in een vreemde wereld leefde, minstens even goed als de hare, als die welke daar van binnen in haar groeide als een enorme somberheid waarin ze opging, minstens even goed — maar zóó anders.

Ze voelde dien man nu ook niet meer als iets eigens, als iets dat bij haar hoorde. Ze schaamde zich voor hem en voor zichzelf.

Toen zwoer Magda van Vlooten het gèluk te nemen als 't kwam — maar naast dien treurigen moed wist ze met zekerheid, dat ze wel anders was dan anderen en dat 't voor haar wel nooit zou komen. Ze lachte hard en koud en loog duivels:

„Daar ben je ingeloopen, hè? 't Was maar onzin hoor, alles onzin, van dien andere ook, ik wou maar eens zien, wat je zeggen zou. En die bedden? 't Is waar, 't spaart minstens een honderd vijftig gulden uit, daarvoor koop ik in Parijs een japon, dan kan je met me pronken."

„Bravo — dat is nog eens een vrouwtje. Maar zeg, je hebt me een schrik bezorgd, want, eerlijk gezegd, moet ik van die flauwe kool niks hebben. En nou opstaan." , De zon, die den tuin voor hun hotel met t standbeeld van de Universeele Post bescheen, zag

Sluiten