Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tochten op geijkte wijze aan 't licht brachten.

In 't eerst had het haar wel vermaakt, maar nu walgde ze er van. Ze speelde nu een spelletje met zichzelf, besliste voor zich, minuut voor minuut, wat ieder der anderen zeggen ging, hoe ze op elkaars woorden reageeren zouden en meestal kwam het uit met wanhopige juistheid. Kwart na elf vroeg Chris, altijd met dezelfde woorden, om 't souper: „Een aangekleede boterham en een glaasje rood". Iedereen begon te bedanken en iedereen bleef, behalve Mijnheer Cohen, die nooit bij Christenen at, omdat hij ritueel was. Dit zei hij niet; hij zei: om zijn regime — maar iedereen wist waaraan men zich te houden had en de dokter, die hem behandelde, grinnikte iederen keer als Sammy Cohen weg was zóó insinueerend, als alleen een gereformeerd dorpsarts over een vromen jood grinniken kan.

De kaartavondjes waren drie maal in de week bij hen, omdat ze nog geen kinderen hadden, tweemaal bij den dokter en eenmaaibij den notaris; des Zondags werd niet gekaart.

Magda was bij al die menschen een paar maal mee geweest, maar 't vlotte niet zoo heel erg, als zij er bij was. De anderen voelden haar onverschilligheid als een rem voor hun kleinsteedsche grappen en kwinkslagen, haar dédain maakte de anderen stom. Daar ze tóch een slechte speelster was, werd er niet geprotesteerd, toen ze al heel gauw instelde

#

Sluiten