Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze herhaalde de woorden, telkens en telkens weer, als begreep ze nu eerst al de heiligheid en schoonheid van dien tekst; dan las ze verder, met tranen in de oog en — en verder, verder, tot ze kwam aan de woorden: „omdat voor henlieden geen plaats meer in de herberg was ..."; toen, overmand door een smart die de hare niet was en toch die der gansche menschheid, snikte ze het uit... onbedaarlijk, haar hoofd op den ouden bijbel. Nooit nog was Magda van Vlooten zoo na aan gelooven geweest; want nu bad ze, bad ze wanhopig, dat iets in haar wakker worden mocht, dat nu, nu 't geloof waarin zoo velen troost vonden, in haar mocht oplichten. Nu, in haar groote geluk, voelend de eenzaamheid, bad ze om te mogen gelooven in de eeuwige nabijheid van dien Eene. Zoo angstig bad ze, dat haar bidden werd tot pijnlijke verwachting, tot schrijnend verlangen naar een teeken, een gevoel — een openbaring.

Ze volgde het Kindeke van de Kribbe tot Gethsemané, was mèt Hem in die laatste uren — leed Zijn leed en bad Zijn gelaten gehoorzaamheid tot den Vader... maar niets kwam. De kamer bleef vol van stille geluiden, 't kokende theewater, 't purren van de poes en van tijd tot tijd het zuchten van den hond — maar in haar noch buiten haar gebeurde het verwachte wonderbaarlijke.

Met een ruk stond ze op — zette een datum bij

Sluiten