Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot mijmerij, zonder onderwerp en zonder doel. Opeens had ze onder haar gespreide handen het leven gevoeld, dat met een schok zich drong tegen de wanden van haar lichaam. Veel vaker al was dat gebeurd, maar nooit als nu was ze zich bewust geworden van den doorloopen afstand, Antwerpen en nu. Als dat kind eens van den ander geweest was. Als 't eens geboren was uit zóó zonnige üefde, uit zóó volle vreugde! Weer had ze het stille, doftrappelende leven gevoeld. Zóó was zij ook eens geweest, ééns — voor ze kwam op deze wereld. Zoo had misschien ook haar Moeder eens gezeten. En tusschen de weldadige weekheid om dat nieuwe leven, drong zich nu de gedachte aan haar Moeder. Die gedachtewas bijna een gedachte van haat. Haar Moeder? Aan die Moeder had ze haar tegenwoordig leven te danken. Die Moeder had haar hierin gestuwd. En terwijl ze haar handen spreidde in haar schoot om nóg eens dat heerlijke leven te voelen, steeg in haar de belofte een goede moeder te zijn. Zij zou haar kind helpen en leiden en naast haar staan... Tranen vielen van haar wangen op haar bleeke handen en óm die resolutie in zichzelf vergaf ze het leven al haar leed.

Ze voelde nu nog in welke zoet-pijnlijke stemming ze toen gestegen was. Ze schoof de gordijnen weg en in den avond, die fluweelig was en hoog, waren de sterren haar toen geworden als oogen

Sluiten