Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn — het wilde niet komen. Lang zat ze met het portret in haar handen — die klam werden van het hopen — maar niets. Ook hij was haar vreemd geworden— De klok in de gang sloeg negen

Een deur kraakte. Dat was Chris, dat wist ze. Ook zonder dat ze hem zag, kon ze iedere beweging volgen. Zijn hoed en jas die hij ophing met breede gebaren aan den hanger, waarboven de twee groote everzwijnskoppen dreigden. Zijn stok met n duw in den bak eronder en dan met twee teenbewegingen zijn overschoenen uit. —

Nu hoorde zij hem komen, nog eens keek ze naar het portret, dan wierp ze het tusschen de brandende houtblokken in den schouw — en even daarna brandden ook de palmtakjes. „Zoo," zei Chris, „hoe heb je het? Prachtige avond, maar koud. — Heb je den koetsier gezegd de zusjes te halen?"

„Ja, maar 't heeft nog tijd: ze komen pas tegen 10 uur..." Ze sprak zonder goed te weten, wat ze zei. In haar leefde een nieuw gevoel. Ze wist héél goed, dat ze dat portret en die takjes verbrand had om eigen teleurstelling, maar nu het toch gedaan was, nu voelde ze, als had ze Chris een offer gebracht, een offer waarvan hij niets wist. Ze voelde zich een heilige bijna en teeder zochten de handen naar het teeken van leven in haar, als was dat nu haar belooning. Chris zat en las zijn courant. Zij zatendroomde. Chris bleef tegenwoordig 'savonds

Sluiten