Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Heusch, je bent onverstandig," zeurde Cato, „echt onverstandig. Als je 't dan persé wilt —" en schouderophalend, in volle verstandhouding met Chris over zóóveel kuren, ging ze.

Toen viel Magda in haar stoel neer: „Zie eens!" zei ze.

Chris kwam naderbij en zag het tapijt gedrenkt in water... Een flauwe geur hing rondom Magda, wier gezicht nu weer van pijn vertrokken was.

„Maar, God, laat Cato toch helpen. Ik weet er niets van..."

„Neen, neen, hoor je, de dokter." En ineens, woedend door delanceerendepijnen: „Beulenzijn jelui — oh! oh! beulen .—"

Daar kwam de zuster. — Ze groette Chris even, zei niets, maar nam Magda mee de kamer uit —. „Zie zoo, nu maar naar bed." Magda liep nu weer rustig mee, pijnloos en stralend om die pijnloosheid.

Na een kwartier lag ze rustig in de soepele witheid van haar bed en om haar zaten Chris en de zusters. Chris een beetje ontdaan toch en Lize ook wel. Cato star en stijf — als golden al deze dingen * niet voor haar.

De dokter had gezegd: 't kon best nog tot den volgenden morgen duren.

Magda glimlachte...

„En," vroeg Cato, „hoe zal 't nu heeten?"

Sluiten