Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

DEN twaalfden dag was de doop. Dat hoorde zoo. Dat was ook al iets, dat in de familie altijd zoo geweest was. De doop aan huis.

Daar waren, behalve een oude tante van Chris en de zusters, nog zijn broer met vrouw en dochter en een paar verre nichten, die, een beetje familieziek, vonden, dat ze erbij hoorden. En 's morgens kwam Magda's moeder en de tante, waarbij ze was opgevoed.

De ontmoeting tusschen moeder en dochter was als tusschen twee kennissen. Magda was koel en de moeder zoende en praatte wel veel, maar er was tusschen die twee niet het minste contact.

De mooie, coquette grootmoeder met het kleine kindje in de armen hinderde Magda uitermate. Bijna alles aan de moeder was de dochter antipathiek. Haar veel te mooie kleeren, haar goudgeverfde haar, het geschminkte gezicht en haar te jeugdige manieren.

En dan *—, diep-in kon ze nu niet vergeten, dat dit alles, dit en wat was geweest en wat nog komen zou aan verdriet, alles het doen was van deze vrouw. Ze vergat haar eigen rol. Ze vergat, dat ze had kunnen en moeten vechten voor haar geluk en ze vond een soort bevrediging in het meedoogenloos beschuldigen van haar moeder.

Sluiten