Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de in een hemel, waaruit niets haar wegrukken kon.Na den psalm viel de stilte, plotseling—duurde één lange seconde. Toen begon de dienst. Daarvan merkte ze niets. Ze was nu weer in zich gekeerd, in die vreemde droomwereld daarbinnen, waar ze zoo zelden afdalen kon, maar vanwaar het losrukken, als ze er eenmaal was, zoo moeilijk ging.

Het was alles voorbij, eer ze het wist. Het laatste gezang had ze niet meegezongen en nu werd er gelukgewenscht — en weer gepraat, alsof er niets gebeurd was. Dat was er voor haar dan ook niet. Haar kind was nu weggebracht — gekust door allen, behalve door haar. Ze had daar niet zoo op geregelde tijden behoefte aan — en nooit zoo erg waar anderen bij waren.

„Dat is weer voorbij." Het was van Woerden, die naast haar kwam staan. „Vreemd, hoe weinig indruk zooiets toch maakt. Als nu waarachtig Gods geest even aanwezig was, hadden we het allen toch moeten voelen. We stonden er toch wél voor open, niet?"

Hij sprak als een oude bekende, zonder eenige reserve en ze voelde zich als opgenomen in die sfeer van eenvoudige vertrouwelijkheid.

„Ach," meende ze, „wij zijn misschien te zielig daarvoor. Die anderen schijnen het wél te voelen."

„Te zielig? Als je zóó zingen kunt?"

Sluiten