Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den wagen. „Met een zetje doe je veel!" en de boer had den bos al op de schouders. .

Dan zat hij weer naast haar. Ze bloosde nu van genot. Wat een man!

In haar begon het te zingen: zoo jong was de wereld en zoo rein-vreugdig...

Ze waren nu midden in 't bosch. Aan alle kanten hooge dennen, als stille, strenge wachters en sneeuw, niets dan sneeuw. De felle kou sneed haar in 't gelaat... 't was heerlijk en het deed pijn. Ze had een vreemd gevoel, als moest ze nu iets doen, iets werkelijks doen, omdat 't zóó toch niet blijven kon, die spanning, 't Werd bijna benauwd, zóó schoon, zóó schoon was alles. Heel die wijde aarde onder de sneeuw en soms 'n vlucht zwarte kraaien, zwijgend en zwart, dwars door de lucht. —

Ze voelde zijn knie tegen de hare: zoo'n weldadige warmte. Zwaar was het zwijgen!

Opeens zagen ze elkaar weer aan. Hij sloeg den arm om haar heen en ze kusten elkaar. „Oh", zei zein verrukking en dan een klein geluidje, als het kirren van een duif, achter in haar keel.

Nu kuste hij haar oogen heel lang en heel zacht.

„Liefste."

Ze kuste hem weer. Nam zijn hoofd in haar handen. .. 't Was alles zoo eenvoudig.

„Zullen we ergens heen gaan?" vroeg hij. Ze noemde een dorpje — en hij vond het goed.

Sluiten