Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar een nieuw leven. Oh, maar hij had toch gezegd: „Kan het duren, dan goed!" Ineens was ze weer moedig en vroolijk. Nu praatten ze veel. — Over de boomen en de wolken, die samenschoolden en woeste, vreemde tochten ondernamen en dan, lachend, begroetten ze de sneeuw, die weer viel.

„Oh were ye in the coldest blast," zong hij en ze zong mee, 't oude lied van Burns. Toen 't uit was, kuste hij haar weer. „Wat was je lief gister," zei ze. „Om zoo dien psalm mee te zingen..."

„Ik wilde met jou zijn, voelde je dat?" Ze keek naar hem op, zóó gelukkig ... De sneeuw viel nu ferm, in de verte lag al het dorp.

„Word je niet te nat, Magda?" Haar naam in zijn mond roerde haar tot weenens toe en nu voelde ze nog zijn hand op haar knie ...

Ze kon niets zeggen, schudde alleen van neen.

Eindelijk zei ze heesch: „Wat een vreemd leven. Straks gaan we weer naar huis."

„Neen, dan gaan twee menschen naar een huis. Mevrouw van Vlooten en Mijnheer van Woerden ... maar wij, zie je, de „wij" van deze minuut, blijven hier, tusschen al de dingen van dit oogenblik."

De sneeuw viel nu in groote, kleffe, losse vlokken en Magda voelde een klamme kilte door haar kleeren dringen, maar ook voelde ze zijn warme üjf

Sluiten