Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij keek haar lang en ernstig aan: „Ben je gelukkig, mijn zomerzon?"

Ze legde haar hoofd tegen zijn borst en twee groote tranen gleden langs haar wangen.

Zijn handen streelden haar, zijn mooie, zachte, zelfbewuste handen — en ze liet het toe. Het was alles als een hemelsche droom, als iets niet van deze aarde. Ze was bang te verroeren, bang den droom te verjagen, bang voor alles nu, behalve voor hem en voor zijn zoete aanraking. Het vuur in de schouw laaide hoog op en knetterde als een feestvuur.

Opeens voelde ze alles van zich glijden — en haar zware haren vallen langs de schouders.

Ze bewoog niet. Het kon haar niet schelen wét gebeurde, alleen verlangde ze, noch weer zijn handen, nóch weer zijn lippen, alleen verlangde ze Zijn bijzijn ... Nu tilden zijn armen haar op en droegen haar tot bij het vuur. Daar zette hij haar op zijn jas en zachtjes, zonder woorden, begon hij haar schoenen en kousen uit te doen. Nu was ze geheel naakt en speelde de schijn der vlammen over haar matte vleesch. Ze had de armen onder de borst gevouwen en zat daar roerloos. Hij lag nu voor haar en fluisterde: „Oh, dat je zoo mooi bent! Dat je zoo mooi bent en dat ik dat nu mag zien.

En dat je nu zoo zacht bent en zoo lief en dat je je niet verweert. O jij! groote, lieve! O, en dat je nu

5 Magda.

Sluiten