Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII

TOEN den volgenden morgen de zon door de gordijnen pinkte, kuste van Woerden Magda wakker.

„Liefste, 't is dag!"

Bijna op hetzelfde oogenbiik werd er op de deur geklopt....

„Wie daar?" vroeg van Woerden.

„Ik. Van Vlooten. Maak onmiddellijk open." Magda stond nu naast van Woerden in de kamer. Ze ging vastberaden naar de deur en deed die open.

„Zóó is het," was al wat ze zei...

Chris was doodsbleek.

„Deerne!" en dan tot van Woerden:

„Schoft!"...

„Je vergist je," zei deze, „twee menschen!"

„Mijn vrouw — én mijn vriend!"

„Twee menschen," herhaalde van Woerden.

„Zoo, zoo. En wat denken jelui nu te doen?" vroeg hij met verbeten woede.

„Want trouwen, dat verbiedt de wet jelui en scheiden doe ik toch."

„Dat zou dom zijn, want je hebt een kind ... Maar — willen wij niet buiten uitpraten? — voor haar is het nogal pijnlijk."

„Voor haar!"hoonde Chris. „Die is aan alles gewend. Oh, daarom moest het kind geen Chris hee-

Sluiten