Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En tóch... Neen het moet." Ze stond nu achter hem en vouwde de handen om zijn voorhoofd — en zware tranen vielen van haar gelaat op het zijne.

Hij sloeg de armen achteruit om haar hals, trok haar hoofd naar zich toe.

„Liefste! Ditis, metallesmart, tochbevrijding. Ze gingen wandelen. Om de herberg stonden de andere huizen van het dorp en dan de kerk, deftig en alleen en troostend eenvoudig. „Zullen we binnengaan?" vroeg ze. „Ik weet een mooiere!" En hij nam haar mee in het bosch. „Voel je God nu? Hoor zijn waarschuwing in het kraken van de sneeuw onder je voeten. Die is schoon en blijft evenmin. Kijk naar boven: ook de wolken trekken. En blijft soms de zon of de maan zichtbaar?

O, lieve, lieve. Hoor hoe het bosch zingt — hoor den wind, altijd hernieuwd; zie en hoor alles, 't Is al komen en gaan — verder, verder!" Een gouden eekhoorn vloog over het witte veld, zat even stil, luisterde, klom dan, rap, een boom in. Een groenspecht vormde een vlek tegen den somberen stam van een den

Een zonnestraal brak door de wolken, zette het al in gloed. - 't Was drukkend schoon. Hij nam naar in zijn armen: „Liefste" en even daarna: „Liefste, om ons is nu het woud. Is dit geen schoo-

Sluiten