Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

JAREN ging het zoo. Christy, als alle kinderen, ) kreeg mazelen — en later nog eens roodvonk. Magda, als alle moeders, kende den angst om het geliefde leven. Ze had toen nog wel eens getwijfeld, toen, in die dagen, dat Christy's hooge temperatuur het ergste deed vreezen, of ze den vader niet moest schrijven, hem zeggen, dat het zijn kind was, zijn eigen, dat zweefde tusschen leven en dood. Ze had dat toen heel duidelijk als haar plicht gevoeld — maar ze had het niet gedaan. Toen Christy beter werd, was ze daar wel heel blij om. Welke ellendige gevolgen had een overhaaste stap hier kunnen hebben.

Als Chris gekomen was — dat wist ze — was hij niet meer af te schudden geweest. Ze huiverde. Ze had haar vrijheid zoo hef gekregen.

Toen ze den avond van dat ziekteherdenkenmet Christy in den tuin liep, zag ze alle bekende dingen met heel andere oogen aan en er was groote dankbaarheid in haar ziel, dat alles nog zóó mocht zijn, dat ze Christy nog voor zich alleen had en al deze dingen haar beiden toebehoorden.

Alsof Christy vermoedde, wat in Magda geleefd had die dagen van haar ziekte, vroeg ze ineens:

„Moeder, ik heb toch ook een vader gehad?"

Zóó onverwacht kwam de vraag, al had Mag-

Sluiten