Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begroeting... Verder herinnerde hij zich niets, noch de vrouw, noch wat om haar was in een tijd, dat hij haar wel moest gekend hebben.

Ze sprak véél en luid en was sterkgeparfumeerd.

Dat alles nam hij waar, zonder er een bewusten indruk van te krijgen.

Ze vertelde van Grindelwald, Le Midi, St. Moritz en plots herinnerde hij zich de villa in Clarence, de honden, Bahr, den ouden, viezen kerel, die haar onderhield en dien ze op allerlei manieren bedroog. Hij was een van de velen geweest. Daar was Petit Ribonpier, Joost weet wie nog. Hij lachte en luis^ terde al niet meer naar haar. Au fond walgde hij van dat oude schepsel met haar kort geknipte gouden haar, dat nog naar verf rook.

Hij zag haar nu als „Strandlauferin" met haar twee honden, een vloek tegen de natuur, die hij, de gevloekte, tóch bleef liefhebben en niet geschonden kon zien door zoo'n wezen.

Hij hoorde niets van wat ze zei, gaf alleen nog machinaal antwoord, Hij hoorde haar schelden op Bahr, den vuilen kerel, en een immens meelij vervulde hem met dat slachtoffer.

Toen viel zijn oog op een affiche van de „Labeur" en plots leek ze hem een uitkomst, de uitkomst. Zij moest mee om die twee te ergeren, dan zou hij haar niet groeten... en dan?

„Heb je zin om de opening van de „Labeur"

8 Magda.

Sluiten