Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van jalouzie, dien ze in zich voelde nijpen. Maar Christy zei vroolijk: „Dat is fijn — hij óók mee."

Dan was er weer stilte. Christy genoot van alles wat was en nog komen zou. Magda vreesde, met haar eigenaardige vrees voor al wat ongewoon was, een nabije toekomst.

Opeens sloeg Christy beide armen om Moeders hals: „O, Moeder, Moeder," zei ze, „Moeder, wat is alles mooi en goed — o Moeder, ik ben zóó gelukkig!"

Op dat oogenblik wist Magda, hoeveel zij zelf al van Van Weele hield.

In de Laiterie was het mondain en druk. Aan tafeltjes zaten de menschen en aten, praatten druk en soms klonk een helle lach, valsch, vreemd, gemaniëreerd. Auto's gingen af en aan, toeterden bescheiden als deftige auto's doen, of melodieus, al naar de gezindheid hunner eigenaars.

Magda, Christy en Van Weele kwamen langzaam het bordes op. In bijna alle blikken, aan bijna alle tafeltjes, was een opkijken en herkennen.

Van Weele groette naar alle kanten. Hij wilde nu vooral een goed tafeltje veroveren, alleen zijn met de twee vrouwen, die hem nu meer dan alles belang inboezemden.

Eindelijk had hij een tafeltje ontdekt. Toen ze zaten en hij gevraagd had wat gebruikt zou worden, ontmoetten in sloomen rondgang zijn oogen

Sluiten