Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omdat ze niets vroeg en niets zei, omwond hij haar met zijn fantasie.

„Voulez-vous souper?" vroeg hij.

't Meisje lachte flauwtjes: „Si je veux, vous êtes bien gentil V

Het deed hem genoegen, dat ze hem met tutoyeerde; daarom alleen al was ze hem lief, want hij, de bambocheur, had nooit het geheimzinnige, innige „tu" kunnen hebben uit den mond van die vrouwen.

In de Monnaie gingen ze: daar waren geen vrouwen uit Van Weele's kringen en daar was 't goed. Ze zaten tegenover elkaar en zwegen. Van tijd tot tijd'keek hij haar eens aan. Ze had een smal bleek gezichtje, met groote angstoogen, die ver weg keken en niets schenen te zien.

Toen hij haar vroeg, wat ze wilde en haar de spijskaart gaf, raakte ze die niet eens aan. „Ce que vous voudrez" en ze lachte haar flauwe lachje en zweeg weer. Hij bestelde een flesch champagne.

„Heb je verdriet?" vroeg hij.

„Dat hebben wel alle menschen", zei ze gelaten.

„Als ik iets voor u doen kan ..."

Hij zag twee groote, stille tranen langs haar wangen. Dat ontroerde hem bijzonder. Zonder passie of begeerte had hij haar nu in zijn armen willen nemen om te.troosten alleen, om eens te geven zonder te nemen.

Sluiten