Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit... de Schennema's hadden toch geen hart — en geen hart, was „fatsoen"... Goddank! Ze zat nu in haar huis en vreesde. Ze vreesde, dat alles niet deftig genoeg zou zijn. Ze was zich vaag bewust van een ceremoniaal, dat alles bijzonder gedistingeerd zou kunnen maken, maar wat precies wist ze niet.

Een zwarte man kwam binnen na een kaartje. Hij vertelde haar uitvoerig, hoe het zijn zou. Dat riep associaties bij haar op aan haar eerste en eenige voorstelling ten hove, toen alles ook zoo precies vooruit geweten en verteld werd door een „iemand". Hier was weer het weten en ze had geluisterd, phchtmatig, en ze verwonderde zich nu er over, zich niet meer te herinneren. Wat ook weer? De gracht om en terug!

Toen precies ging de schel! „Wie?" dacht ze.

Eenige seconden kon ze haar gedachten bij niets anders houden. „Wie"?

De zwarte man praatte maar door. Ze vond het best, maar luisterde naar Truitje's stap. Waarom deed die meid met open? 't Was als een beklemmenis: „Waarom deed ze toch niet open?"

Ten langen leste hoorde ze stappen. Zepoeierde den zwarten man af door alles goed te vinden. Toen hij eindelijk weg was, schelde ze haastig twee maal. Ze moest nog weer wachten: Truitje het den begrafenisman uit. 't Duurde zoo lang, zóó

Sluiten