Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan deze vrouw. Omdat zélfs haar harteloosheid gewoonte was.

Truitje, met moeë schreden en stil gebaar, ging weer de kamer uit. Van Weele dronk zijn thee.

„U gaat niet mee naar Rini?" vroeg hij. Zij weifelde even. Moest ze? Ze hield niet van lijken, ze geloofde vast en zeker, dat Wat daar in de Marnixstraat nu lag, niets meer was. Maar moest het misschien? Toen begon ze over heel haar lichaam te beven.

„U moet liever thuis blijven", zei Van Weele, die scheen mee te voelen ieder van haar gevoelens en die nu meelij kreeg met de door hem gefolterde.

„Ik zal haar voor u groeten". En dan, haar hand in de zijne, zei hij: „En haar zeggen, wat u bedoelt en wat zij nooit begrepen heeft."

Plots was het de deftige mevrouw Schennema, of een last haar van de schouders viel. Een late blos vloog over hare wangen. Eindelijk eens begrepen te worden. Maar ze besefte niet, dat het een verschuiving van fantaisie was, dat Van Weele in haar een Rini zag en haar omsierde met Rini's ziel en dat zag ze niet, omdat inderdaad de afstand van Rini tot haar uiterst gering was.

Ze zag Van Weele lang aan. Toen zei ze: „Ja, groet haar van mij". En na een lange aarzeling: „Jij had het kunnen zijn"... Toen keek ze uit het venster en, plots zich weer meester, begon ze over

Sluiten