Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trek en dacht even, of hij de deur zou toedoen ...

Die gedachte deed hem rillen. Als een ketting van kille looden kraaltjes liep de angst langs zijn ruggegraat. Hij wist zeker, dat hij de deur nooit toe zou doen en heel helder wist hij ook waarom. Dat was de gemeenschap tusschen hem en daarbuiten. Die deur toe, dan behoorde hij hierbij, bij dat leege, kille, koude.

Hij kon wel weggaan, maar hij wilde nog niet. Vaag hoopte hij op iets bijzonders in hem, op een openbaring, op iets, dat hem nu en hier, nader zou brengen tot de oplossing van het mysterie „dood". Maar allei in hem bleef strak en onbewogen, alleen was er de wanhoop van zoo te zijn als hij was, terwijl anderen toch wisten, of deden of ze wisten.

Lang nog stond hij daar en zag nog naar Rini. In het huis hoorde hij doffe geluiden van menschen, die heen en weer gingen, een schel, woorden, een kanarie, die in de verte, hóóg op, schel floot. Zijn gele hooge lied maakte al het gedempte rondom nog grauwer. Nu kwam iets als angst over hem om terug te gaan, naar dat, daarginds. Een gevoel van verslapping en willoosheid, van moeheid ook en als een benijden van wie daar lag, vrij van alles, van zich zelf vooral. Hij dacht nu aan zich zelf als aan één, dien hij goed kende en met vriendenoogenzag.

Hij kende nu zich zelf. Sensueel nevropathisch! Die drang naar pijn doen, naar weten, niet om te

Sluiten