Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII

OP Zonneherst was alles van ouds en voor den tijdelijken en niet intiemen bezoeker was niets veranderd, noch in huis, noch in den omgang der beide vrouwen. Nog steeds was het groote park afgesloten, nog steeds bewaakte Magda haar kind als een pijnlijk bezit en eigendom.

Christy, als altijd, verzorgde haar bloemen en dieren.

Een oppervlakkig toeschouwer zag ook nu, als vroeger, alleen geluk en zon.

En toch was alles anders. Christy zong niet meer en Magda durfde niet meer als vroeger de hand ineens op haar schouder leggen en vragen: „Waar denk je aan?" Want ze was bang, instinctief bang, minder nog voor het mogelijk ontwijkende antwoord, dan wel om haar eigen verlangen en gevoelens te hooren uit dien mond, die hoe langer hoe meer ging lijken op een mond, dien ze eens, in liefdeswanhoop en woest geluk-begeeren, gekust had.

En Christy zong niet meer, ze zei ook geen malle dingen meer, ze was stil en droomerig en soms vreemd hartstochtehjk.

Toen op een morgen een kanarie weggevlogen was, had ze gehuild, alsof in haar leven iets verstoord was, alsof haar iets onoverkomelijks over-

Sluiten