Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen! Van Weele! De naam is bekend, maar wat kan jou dat doen, al ben ik onrechtvaardig?"

O, die domheid van de moeder!

Onrechtvaardig tegenover hem, dat maakte hèm toch tot held, tot ridder, tot alles.

Christy, het onervaren kind, voelde in zich groeien als een plant, die opschoot uit haar hart zelf en groeide in haar, alles uitduwend, de vrouw.

Voor het eerst voelde ze nu de verhouding als anders: zij was niet meer een dochter tegenover een moeder, ze was nu de vrouw, die stond tegenover de vrouw en door 't nieuwe trad nu op den voorgrond het gevoel van vijandschap, dat is tusschen alle vrouwen, maar dat verdoezelt in 't onbewuste door de gewoonlijkheid.

„Wat het mij doet?" Ze zweeg en dacht na ...

„Nu?"

„Niets", zei ze zacht. In haar toon lag een wereld van verrukking, nog had ze haar geheimnis bewaard. Magda stond als geslagen; ook tot haar drong het nieuwe van de situatie door. Dat was Christy? Ze schrok, want ze wist nu dat niets dood was, dat haar verleden terug moest komen, zóó als alles terugkomt en als in transe zag zevereend Christy en zich zelf, vereend, versmolten tot één wezen van leed en verdriet. En voor haar stond ze, nu zoo jong nog, zoo frisch, met in haar oog toch al den doem, dat wonderlijke, dat zeker

Sluiten