Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen of goed zijn meer is door 't fijne gelooven en weten „goed en mooi" te zijn.

Ze voelde, als raakten haar voeten den grond niet meer en later hield ze nog strak en stijf vol, dat ze, tegen alle beter weten in, toch zeker was, dien dag gevlogen te hebben, gezweefd, in ieder geval los van den grond geweest te zijn.

Ze wist ook niet, hoe lang het geduurd had, of nog had kunnen duren, als niet het tweede meisje, met haar bescheiden zachten klop, haar terug tot het werkelijke gebracht had.

„Juffrouw, daar is mijnheer ..."

„Van Weele?" vroeg ze, 't meisje in de rede vallend.

Deze gaf haar een kaartje. Hij was het. Ze glimlachte begrijpend, bekeek zich nog even in den spiegel. ,

„In den salon," zei ze toen. „Of neen: op t terras. Ik kom zoo."

Toen ze weer alleen was, twijfelde ze, of het wel kon. Zij, als meisje alleen; maar waarom ook met? Ze kon hem toch niet wegsturen... drie dagen al had ze hem met gezien, drie dagen, die leken een oneindige tijd... Moeder zou het natuurlijk niet goedvinden, zoo'n „Don Juan"! Het woord deed nu bij het herdenken meer pijn nog. „Don Juan"! Ze gooide het hoofd in den nek. Dan maar een Don Juan, maar voor haar niet.

Sluiten