Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blauw en veel goud en heel veel zon.

Op 't oogenblik zelf was die blik hem als een openbaring van hoe het in menschen zijn kan. Met woorden had hij het niet kunnen zeggen, maar 't werd mooi en warm en innig in hem en deuren gingen open tot lang afgesloten gevoelens; en vertrouwen was er, al zei hij ook niets. Zij wees hem een schommelstoel, ging tegenover hemzitten.Beiden zwegen. Maar in Van Weele rees iets als een eindclijke rust, als had hij nu dat gevonden, waarnaar hij zoo hunkerend gezocht had. Dit blonde gelukkige kind had hij alles kunnen zeggen: zijn groote, onmetelijke ellende, zijn dorheid en slechtheid en zijn duivelsche vreugde soms om ongeluk en kwaad en ook zijn laffe behoefte om altijd weer vereerd te worden, zich altijd weer onweerstaanbaar te weten.

Hij had bij dat kind willen uitsnikken al zijn ellende en haar dan willen vragen hem te helpen te zijn, te worden als zij, zoo echt en vol en gelukkig. Voor 't eerst had hij het gevoel hier te willen blijven, samen te willen zijn voor altijd, met dit jeugdige, opwekkende ... Maar hij zweeg ... want om hen was nog te veel de tuin met al de dingen, die afleidden ... en in de verte het leven, dat tot hen kwam met 't vage ratelen van een boerenkar.

Hij had haar alleen willen hebben voor zich in grootste intimiteit, om dat alles uit te zeggen, wat

Sluiten