Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in al die jaren hij zich bewust gemaakt had...

,,'t Is jammer, dat Moeder u ook niet treft," zei Christy eindelijk. „Ze moest naar een oude vriendin; Rini Schennema is gestorven."

„Ja," zei hij, „ik kom er juist vandaan." En dan spontaan: „Maar waarom praat u daarover? II moet niet over den dood praten; dien mag u niet noemen, niet kennen, niet vermoeden. U bent het leven en de zon en het licht... Praat u nooit meer over den dood, wilt u?"

Ze keek hem lachend en gelukkig aan, protesteerde toch.

„Waarom? Vindt u den dood zoo erg? We weten toch allen, dat we sterven moeten —< en al van 't begin, dat we denken kunnen, niet? In 't eerst is 't erg. Toen ik heel klein was en eens in mijn bedje 's avonds voor 't eerst er aan dacht, kon ik den heelen nacht niet slapen... later heb ik er heel veel aan gedacht, 't Is fijn, als je er lang aan denkt, heel innig, net of het gebeuren gaat — en als je er dan heelemaal mee tevreden bent, dan doe je je oogen open en je leeft weer. Dan is alles eens zoo mooi!"

„Kind", zei hij.

„Vind je me..." Ze schrok van dat „je" en verbeterde: „Vindt u me een kind?"

„Toe, laten we dat spontaan geboren „je" behouden." Hij bedacht zich ... Zij was een meisje

Sluiten