Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opeens stond Van Weele op. „Ja," zei hij, „ik geloof wel, dat men mij een Don Juan kan noemen. U hebt gelijk, waarom zouden we niet eerlijk vragen, wat we willen. Ja, ik geloof wel, dat men zóó over mij spreekt. Maar ik ken mezelf zoo weinig, soms weer te goed en dan ben ik er even erg naast." Lachend ging hij voort: „Maar als 't me erg in uw achting doet dalen, gelooft u het dan maar niet. Etiquetten opplakken is zoo verkeerd. Men benaamt toch maar de uiterlijkheid... Uiterlijkheden lijken soms op elkaar, daar, waar heel andere, verschillende motieven haar naar voren haalden."

Magda zweeg. Voelde alleen kregel: waarom dat alles? Waarom die malle vraag van Christy, waarom dat slachtofferende antwoord van hem?

Ze was moe en verlangde alleen te zijn, héél alleen; met Christy over dit alles te spreken had tóch geen nut.

Nu hoorde zeChristy's stem: „Toe, gaat u nog even zitten. Mag ik u nog eens inschenken?"

Magda voelde, dat ze nu toch ook iets zeggen moest. Ze hét haar prikkelbaarheid vrijen loop, had nu een soort plezier er in onconventioneel en hardtezijn. Haar oogen recht in die van VanWeele, zei ze: „Als de betere of minder slechte motieven dan ook maar minder ernstige gevolgen hadden, maar meestal is het omgekeerd. En ten slotte is het

Sluiten