Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Drie hooge strooken, waartusschen tulle strooken, afgemaakt met een geschulpt randje. De taille nogal uitgesneden, rond gedecolleteerd met een breeden zwarten tullen volant, waarover eenzelfde in taffetas, de blouse wijd, iets overhangend en in de schaduw van dien overhang een groote touffe frissche heliotrope.

De fijne, zwart zijden kousjes staken in zwart taffetas muiltjes met breede, oudzilveren gespen.

De zomersche dag stond nog hoog boven de aarde, — de hemel gespannen als een boosaardigblauwe koepel, tergend, brutaal-blauw, meedoogenloos.

Ze schelde. Vroeg naar Christy, die bijna tegelijk met het kamermeisje binnenholde. Tusschen moeder en dochter, niettegenstaande de groote intimiteit, werden wel de vormen in acht genomen. Niet ongevraagd ging men bij elkaar en nooit kwam men zonder kloppen binnen. Nu vroeg Christy niets. Ze duwde het meisje op zij. Doodsbleek zag ze, maar zoo opgewonden was ze, dat ze geen woord uitbrengen kon. Magda zag haar aan. Een moment, toen koppelde ze aan Christy's bleekheid den naam Van Weele. Een pang van pijn, als een gloeiend ijzer in haar; de vlammen sloegen uit tot haar wangen, die gloeiden en lichtten.

„Christy!" kwam het als een schreeuw.

Sluiten