Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O, graag," zeiden de twee vrouwen tegelijk.

„Graag!" Magda bedacht zich. Wat zou dat meisje wel denken! „Zijn er kopjes genoeg?Nu, geef dan even 't hkeurkistje en cigaretten. Zoo — laat mijnheer maar binnen," zei ze nu koel en afgemeten.Toen ze weer alleen waren, keek ze Christy aan. „Nietwaar, Christy,'t is toch wel prettig eens met een man over dit aÜes te praten." Zoo was ze ook tegenover Christy gered ... en 't was waar. Ze voelde nu heel pijnlijk het alleen staan voor alle moeilijke dingen. Oorlog was zoo nieuw en vreemd en onbekend — dat was het bioedigewonderlijke, het groote onvermijdelijke, dat daar aankwam en waarvoor geen uitwijken bestond.

Van Weele kwam binnen, ging zonder een woord te zeggen naar de beide vrouwen en drukte haar hartelijk de hand.

Er was iets nieuws in zijn oogen, iets als sombere ernst, verhoogd door 't officieele van de uniform.

„Wat 'n vreeselijk nieuws," begon Magda, „en hoe vriendelijk van u ons zoo gauw op te zoeken."

„Ik hoopte u met een of ander van dienst te kunnen zijn. Ik hoor: u hebt den staf." Zijn oogen zochten Christy... en toen die beiden elkaar aanzagen, wist Magda, dat ze van dezen man geen dienst wilde ...

„O, dank u," zei ze, „ik heb zoo lang alleen geleefd, ik ben zoo gewend me alleen te redden."

Sluiten