Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van Weele stak zijn voelhorens uit. Dit was iets ongewoons. Een vrouw, die op zoo'n dag, in den eersten verbroederingsroes, dien het groote gebracht had, zoo hoog en stug een mannendienst weigerde.

„Maar, Moeder, "zei Christy, „uzeinognet,dat u 't zóó heerlijk vond eens met een man over alles te kunnen praten."

Daar ging Van Weele een licht op. Haha, dan tóch jaloersch! Nu moest hij er gauw bij zijn, helpen, Magda nu even redden en haar dankbaarheid oogsten.

„Zulke dingen zeggen we in de eerste opwinding om 't vreemde. Maar we wennen zoo gauw aan moeilijkheden."

Wat hij verwacht had, gebeurde. Magda keek hem dankbaar aan: ,,'t Zal zich alles wel sclükken en ten slotte, mochten er moeilijkheden komen, dan zou de kolonel de aangewezen persoon zijn om me bij te staan."

Van Weele bleef nog wat praten. „Op Stenezaete was het ook niet alles. Die hadden ook een bende in huis."

Christy wilde weten van den oorlog. Ze wond zich op, zegde al haar haat tegen de Duitschers uit. Nu het Magda zich gaan. Ze had altijd het land gehad aan de grof sentimenteele, tot alle waarachtig gevoel onmachtige wezens! En in hun ge-

Sluiten