Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zamenlijken afkeer vonden ze voor 't eerst een volkomen contact.

Toen stelde Christy een Marseillaise voor. En als bestond er geen liefde, geen haat en geen verlangen anders dan voor de goede zaak, zongen ze. Van buiten zongen stemmen mee. Dat waren soldaten, die slenterden in den tuin. Ze kenden de woorden niet, toch zongen ze. Het was een oogenblik van machtig aanzwellend enthousiasme.

Opeens ging Van Weele, zonder een woord, zonder een groet.

Buiten zocht hij zijn fijnen zakdoek — en voorzichtig veegde hij een traan uit zijn oogen.

Dien dag al vroeg was een onderofficier gekomen om aan te plakken. Op lange, witte reepen stonden de titels en regimentsnummers, 't Was het 64e en de heele staf kwam op Zonneherst. Boven op de kleine glooiing, waar de stallen waren en de schuur van Boekse, den boer, was het één en al bedrijvigheid. Soldaten hepen met paarden, anderen met dekens. In de verte rolden de kanonnen aan met de rookende, dampende keukenwagens.

Sluiten