Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XV

MAGDA zat in haar salon en trachtte alles het hoofd te bieden. Fourage-briefjes, hooi en stroo, het moest er wezen. Boekse stond voor haar en sputterde. Hij was maar haar huurder en mevrouw moest goedjbegrijpen, dat zij nu toch ook al dat volk kregen, doordat het hof zoo dichtbij lag. Maar dat hooi en stroo, enfin, hij zou zien. 't Ergste was: ze hadden twee van zijn drie paarden gerequireerd; hij moest nu maar zien, hoe hij al den voorraad hierheen kreeg. Een officier stapte binnen en na een militair saluut stelde hij zich voor. De luitenant-kwartiermeester, hij kwam eens hooren, of de officierenmisschienmeedekeukengebruikenmochten en op welke uren. Magda wilde dat nog overleggen. Voor dien dag zou, als de heeren het aannamen, de heele staf haar gast zijn. De officier dankte, vroeg, of dat mocht zijn tusschen acht en negen uur: de dienst was zwaar zoo'n eersten dag. Nauwelijks was deze weg, of de militaire arts maaktezijn opwachting. Magda en hij hadden gemeenschappelijke kennissen en zoo rekten beiden het gesprek.

Een ordonnans bracht een order, de dokter nam afscheid om plaats te laten aan den majoor. Ook zijn familie kende Magda: de Van der Weijdens waren oude vrienden van Magda's oudersgeweest en voor 'teerst nu, na zoovele jaren, stond ze

Sluiten